Spring naar content

Ontsnapping aan telefoonabonnement met ‘gratis’ telefoon mogelijk?

Enige tijd geleden viel mij op, dat diverse nieuwsmedia veelvuldig berichtten dat ‘jongmeerderjarigen’ werden gedwongen, zelfs bedreigd, tot het afsluiten van meerdere dure telefoonabonnementen op één dag. Laatst berichtte Omroep Brabant over twee mannen die een vrouw van 20 uit Terneuzen onder bedreiging hadden gedwongen tot het afsluiten van zes telefoonabonnementen in Breda. De daarbij verkregen kostbare telefoons moest zij vervolgens meteen afstaan, terwijl de jongmeerderjarige in kwestie achterbleef met torenhoge abonnementskosten.

Het wrange van deze telefoonafpersing is dat, nadat het slachtoffer eenmaal is bijgekomen van de schrik, hij of zij vervolgens wordt geconfronteerd met een ingewikkeld juridisch probleem. Men komt namelijk niet gemakkelijk uit onder de (betalings)verplichtingen die voortvloeien uit de afgesloten telefoonabonnementen.

Wat is een ‘gratis’ telefoon: schiet de Hoge Raad te hulp?

Onlangs heeft de Hoge Raad een arrest gewezen omtrent de juridische kwalificatie van een telefoonabonnement waarbij een ‘gratis’ telefoon aan de consument ter beschikking wordt gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat er in dergelijke gevallen in beginsel sprake is van een (ver)koop op afbetaling, dan wel een consumentenkrediet (ECLI:NL:HR:2014:1385). Als gevolg van deze juridische kwalificatie is vereist dat de telecomaanbieder in de overeenkomst inzichtelijk maakt welk deel van de abonnementskosten toezien op de afbetaling van de ‘gratis’ telefoon, bij gebreke waarvan de consument onder de overeenkomst uit kan komen. Deze maas in de wetgeving zou voor onderhavige zaken wellicht uitkomst kunnen bieden. Hoewel deze uitspraak in diverse media dan ook met veel lof is ontvangen, is het nog maar de vraag of de slachtoffers hiermee daadwerkelijk geholpen zijn.

De aanleiding voor het arrest was een andere zaak waarin een Rotterdamse vrouw van (net) 19 jaar op en omstreeks 10 december 2010, vermoedelijk onder bedreiging, in totaal acht telefoonabonnementen had afgesloten, waarbij haar telkens een ‘gratis’ telefoon ter beschikking was gesteld. De vrouw werd kort daarna door de telecomaanbieder van twee van die abonnementen (althans door de daarvoor door de telecomaanbieder ingeschakelde partij) aangesproken tot betaling van – kort gezegd – de resterende abonnementskosten tot aan het einde van de overeenkomst.

In de juridische procedure die bij de kantonrechter in Den Haag volgde (ECLI:RBDHA:2013CA3529), heeft de vrouw zich verweerd door o.a. het inroepen van de vernietigbaarheid van de telefoonabonnementen, omdat die – kort gezegd – in strijd zouden zijn met de voor koop op afbetaling en consumentenkrediet geldende wettelijke bepalingen. De kernvraag die partijen verdeeld hield was: wat is de juridische kwalificatie van mobiele telefoonabonnementen, waarbij tegen betaling in termijnen een mobiele telefoon wordt verstrekt?

De kantonrechter was van mening, dat deze kwalificatievraag ook van belang is in talrijke andere soortgelijke zaken waar dezelfde vraag zich voordoet. Bovendien constateerde de kantonrechter dat door diverse kantonrechters op dit punt uiteenlopend wordt beslist. Op basis van die omstandigheden oordeelde de kantonrechter dat de kwalificatievraag maar eens diende te worden voorgelegd aan de Hoge Raad, welke nu dus heeft geoordeeld dat de telefoonabonnementen moeten worden gekwalificeerd als een koop op afbetaling, dan wel een consumentenkrediet.

Nog steeds onduidelijkheid over abonnement telefoon

Hoewel het lijkt dat de Hoge Raad met zijn arrest de nodige duidelijkheid heeft verschaft, blijft de praktische uitwerking van de uitspraak vooralsnog onduidelijk. De Hoge Raad nam namelijk ook in haar overwegingen mee, dat het in bepaalde gevallen denkbaar is dat de vernietiging alleen maar geldt voor het ter beschikking stellen van de telefoon en niet voor het verlenen van de telecommunicatiediensten. Het abonnement zelf (en de daaraan verbonden kosten) zou in dat geval dus gewoon in stand kunnen blijven.

Die overweging van de Hoge Raad maakt dat de Rotterdamse vrouw wellicht toch niet zoveel aan de uitspraak heeft als in eerste instantie gedacht. In dat verband is een uitspraak van de Amsterdamse kantonrechter (ECLI:NL:RBAMS:2013:7854) in een soortgelijke zaak interessant, die – min of meer in afwachting van de beslissing van de Hoge Raad – oordeelt dat het slachtoffer, ook ingeval van (gedeeltelijke) vernietiging van de overeenkomst, in ieder geval gehouden zal zijn tot vergoeding van de gesprekskosten (zowel binnen als buiten de bundel) en de inkoopwaarde of (bij teruggave) vermindering van de inkoopwaarde van de mobiele telefoon.

Het laatste woord is nu aan de kantonrechter van Den Haag. Ik ben erg benieuwd welke consequenties de kantonrechter zal verbinden aan de juridische kwalificatie van de Hoge Raad. Met veel belangstelling kijk ik dan ook uit naar het vonnis.

Erik van Loon

Geschreven door

Erik van Loon

Waar kunnen we jou mee helpen?

Heb je vragen of hebben we je al overtuigd? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Open
sollicitatie

Velden met een * zijn verplicht

"*" geeft vereiste velden aan

Max. bestandsgrootte: 100 MB.
*

Direct
solliciteren

Velden met een * zijn verplicht

"*" geeft vereiste velden aan

Max. bestandsgrootte: 100 MB.
*
Deze site is geregistreerd op wpml.org als een ontwikkelsite. Schakel over naar een productiesite met de sleutel op remove this banner.