Conclusie Wattel en Widdershoven 7 juli 2021
Vorig jaar namen de staatsraden advocaten-generaal Wattel en Widdershoven een conclusie over het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht. Zij bepleitten dat de bestuursrechter bestuursrechtelijke maatregelen aan het evenredigheidsbeginsel moet toetsen.
Kort en goed concludeerden Wattel en Widdershoven dat de bestuursrechter niet-punitieve sancties en maatregelen aan de hand van een drietrapsraket op evenredigheid moet toetsen. De sanctie moet 1. noodzakelijk, 2. geschikt en 3. evenredig zijn. Deze toetsing is ontleend aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Unierecht.
Uitspraak Harderwijk 2 februari 2022
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft de conclusie in de uitspraak Harderwijk begin dit jaar grotendeels overgenomen.
De Afdeling is echter van oordeel dat de toetsing in principe geldt voor alle categorieën besluiten. De bestuursrechter moet toetsen of:
- of het besluit geschikt is om het doel te bereiken;
- of het een noodzakelijke maatregel is of dat met een minder vergaande maatregel kon worden volstaan;
- of de maatregel in het concrete geval evenwichtig is.
De drietrapsraket hoeft volgens de Afdeling niet altijd volledig te worden toegepast, maar is afhankelijk van het soort besluit en de gronden van het beroep. Ook de intensiteit van de toetsing verschilt per geval.
Uitspraak 8 juni 2022
Op 8 juni deed de Afdeling een interessante uitspraak, waarin blijkt hoe de toets aan het evenredigheidsbeginsel in de praktijk uit kan pakken. Het ging in de zaak om een massagesalon die reguliere massages, acupunctuur, maar ook seksuele diensten aanbood. In de gemeentelijke Algemene plaatselijke verordening was een vergunningplicht voor seksuele diensten opgenomen. De massagesalon had geen vergunning. De burgemeester legde daarom een last onder dwangsom op, die strekte tot algehele sluiting van het bedrijf. Daarbij wees de burgemeester op het Prostitutiesanctiebeleid, waarin is bepaald dat het bedrijf direct wordt gesloten als de vereiste vergunning ontbreekt.
Het bedrijf stelde in hoger beroep dat de overtreding ook kon worden beëindigd met minder verstrekkende maatregelen, zoals opleggen van een boete of voorwaardelijke sluiting.
Volgens de Afdeling staat bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van de maatregel de vraag centraal of de maatregel noodzakelijk is om het doel te bereiken. Als het doel ook met minder ingrijpende maatregelen kan worden bereikt, dan is de maatregel niet noodzakelijk. De burgemeester heeft niet beoordeeld of het gewenste doel ook met een minder ingrijpende maatregel kan worden bereikt.
Hierbij is van belang dat het bedrijf naast seksuele diensten ook gewone massages en acupunctuur aanbiedt, die wel zijn toegestaan. De burgemeester heeft niet gemotiveerd waarom deze diensten ook definitief gestaakt zouden moeten worden en waarom niet volstaan zou kunnen worden met bijvoorbeeld een last onder dwangsom voor alleen de seksuele diensten. De Afdeling oordeelt daarom dat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het handelen overeenkomstig het beleid gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen. De burgemeester had daarom geen gebruik mogen maken van zijn bevoegdheid tot sluiting.
Uit deze uitspraak blijkt dus wel dat het bevoegd gezag altijd een afweging moet maken over de evenredigheid van de maatregel. Kan het gewenste doel met een lichtere maatregel worden bereikt? Als die afweging ontbreekt kan dit tot vernietiging van het besluit leiden.
Meer informatie?
Vragen naar aanleiding van dit blog? Neem contact op met Renata Königel of een van de andere specialisten van de sectie Omgevingsrecht.

Geschreven door
Renata Königel
Waar kunnen we jou mee helpen?
Heb je vragen of hebben we je al overtuigd? Neem vrijblijvend contact met ons op.

